Topcriticus

Over een bepaalde bedoeling hebbende en uitdrukkende ‘eigen’ zinnen van Philip Hoorne

Philip Hoorne geeft toe dat driekwart van zijn zogenaamde recensie in Knack afkomstig is uit de inleiding van HNF. Meteen ook de enige steekhoudende passages, zo blijkt uit dit kleine experiment van de HNF-crew. Onze onvolprezen typiste voegde namelijk alle passages samen die inhoudelijk niet uit de introductie van de Grote Rode afkomstig zijn. Voor de coherentie hebben we een aantal passages uit de inleiding moeten opnemen. Die staan tussen haken en worden voorafgegaan door ‘Tekst HNF

Tendentieuze uitspraken hebben we vetjes gezet. Voor de goede orde: Van Dale omschrijft ‘tendentieus’ als: ‘een bepaalde bedoeling hebbend en uitdrukkende en met opzet in een bep. richting geleid, waardoor aan de waarheid te kort gedaan wordt: tendentieuze berichten; iemand tendentieus inlichten.’

O ja, let u er ook op hoezeer de vet tendentieuze passages alleen maar ‘meningen’ en ‘veronderstellingen’ zijn. Ze stoelen alleen op aannames van Topcriticus. Nergens worden bewijzen of argumenten aangedragen.
_______________________________________

‘Wij, Dirk van Bastelaere’

Je zou hun keuzes gedurfd eigenzinnig kunnen noemen. Of ijdel, etnocentrisch en elitair. De samenstellers maken alle drie deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Freespace Nieuwzuid. Peeters is eveneens lid van de redactie van Poëziekrant. Jans is een toneeldramaturg. De meest gerenommeerde is Dirk van Bastelaere, postmodern dichter par excellence, matig bekend en bemind door het brede poëziepubliek maar des te meer in kringen van literaire academici. Het is verleidelijk om Hotel New Flandres te beschouwen als zijn persoonlijke bloemlezing – en zo zal ze in de toekomst wellicht ook worden genoemd: ‘de bloemlezing van Van Bastelaere’ – maar de opdrachtgever verzekerde ons dat de rol van Jans en Peeters die van slippendragen wel degelijk oversteeg. Of dat veel verschil maakt, is zeer de vraag, want de drie hebben een gelijklopende visie op poëzie. De homogene samenstelling van het bloemlezende trio fnuikt enigszins de autoriteit van deze zelfverklaarde Ultieme Bloemlezing der Vlaamse Poëzie, en dat is jammer. Want laten we eerlijk zijn, geen enkele andere samensteller had Willy Roggeman (een wegens te onbegrijpelijk nauwelijks gelezen dichter, die meer dan hem lief is wordt verward met zijn naamgenoot Willem M. Roggeman) naar voren geschoven als de belangrijkste Vlaamse dichter – weliswaar ex aequo met drie anderen – van de voorbije zestig jaar. Had de opdrachtgever niet gevraagd om iets te maken wat representatief en literair-historisch verantwoord is? Heeft het trio die eis naast zich neergelegd?

Verboden voor Nederlanders
Allicht tot hun niet geringe onvrede konden de samenstellers niet alleen werk opnemen van dichters waar ze van hielden,
maar ook (…) (Tekst HNF: ‘gedichten van dichters die ons weinig of niet interesseren….’)

(Nvdr: Moet dit trouwens niet zijn: ‘Allicht tot hun niet gering onvrede dienden de samenstellers ook werk op te nemen van dichters die hen niet interesseren?’ Meer logisch argumentatieve kwakkelgedachten vindt u hier).

De Spiegel der letteren van Mario Molegraaf en het Verzenboek van Jozef Deleu krijgen eveneens een veeg uit de pan. Veel eer valt te beurt aan Jan de Roek, een Antwerpse dichter die in 1971, op dertigjarige leeftijd, om het leven kwam bij een verkeersongeval. Zijn verzamelde gedichten werden in 1980 alsnog, maar zonder veel ruchtbaarheid, gepubliceerd. Een kwarteeuw later wordt hij in dit boek gerehabiliteerd.

Bloemlezen is kiezen, maar vooral niet-kiezen. De samenstellers verklaren trots dat ze (Tekst HNF: ‘geen banvloeken hebben uitgesproken over “foute” dichters). Niet opgenomen zijn songteksten en internetpoëzie. Ook gedichten van buitenlanders (lees: Nederlanders) die in ons land wonen ontbreken. In deze anthologie bijvoorbeeld geen Benno Barnard, Ramsey Nasr of Serge van Duijnhoven. Voor het Vlaamse poëtische systeem is Nederland, aldus de samenstellers, (Tekst HNF: een buitenland, net zoals Frankrijk, Amerika of India dat zijn.’) Een boude, kortzichtige en zelfs gefrustreerde uitspraak, want Van Bastelaeres werk is bij onze noorderburen zo goed als onbekend.

Wegbereiders en voetvolk

De titel van het boek, Hotel New Flandres, is ontleend aan een hotel in Sint-Niklaas, de geboortestad van Van Bastelaere. Net zoals dat in het hotelwezen gebruikelijk is, krijgen de dichters sterrren toegekend. Daar wordt in de introductie uitvoerig op gefocust, maar om precies te weten met hoevel sterren een dichter mag pronken (of niet), moeten we het aantal geidchten gaan tellen.

Dichters die vijf sterren krijgen, worden ‘paradigmadichters’ genoemd. Innovatie is hun handelskenmerk. Soms wordt een keuze toegelicht. Merk op dat Dirk van Bastelaere zichzelf ook tot de paradigmadichters rekent. Van alle driesterrendichters namen de samenstellers vijf gedichten op, alleen Paul Snoek krijgt er zes. Snoek als aanvoerder van de betere middelmaat lijkt ons een geringschatting. (Nvdr Interessant dat Hoorne hier retorisch kiest voor het ogenschijnlijk neutrale meervoud, terwijl hij zelf de drie samenstellers systematisch ‘Dirk van Bastelaere’ noemt: “Merk op dat Dirk van Bastelaere zichzelf ook tot de paradigmadichters rekent.”).

In de piramidale structuur van Hotel New Flandres vormen de dichters met één ster de brede basis. Van de dichters van wie maar één gedicht is geselecteerd, hebben de samenstellers geen al te hoge dunk. Zo expliciet wordt dat in de inleiding niet vermeld, maar wie tussen de regels leest komt tot die conclusie.

(Nvdr Ook van Philip Hoorne werd een gedicht opgenomen. Over de eensterrendichters schreven we letterlijk: ‘De eensterrendichters zijn belangrijk voor het systeem omdat ze met zovelen zijn en omdat ze de diversiteit vergroten, al zijn we niet blind voor het vaak clichématige karakter van het werk van sommigen onder hen. Van de eensterrendichters selecteerden we dan ook vooral de gedichten die we goed, interessant of opmerkelijk vonden.’ Door superlezer Hoorne wordt deze passage geïnterpreteerd als ‘geen al te hoge dunk hebben’. )

Er zijn maar liefst 132 dichters met maar één gedicht, onder wie Herman Leenders en Bernard Dewulf. Bij andere samenstellers zouden deze dichters, en met hen veel ander voetvolk, hogere ogen ogen. Vormen die dichters met één gedicht de volledige rest? Zeer zeker niet. Er ontbreken er nogal wat. Voor de vuist weg noemen we Hans Claus, Koenraad Goudeseune, Guy Commerman, Guy Devos, Frans Denissen, Lieve Desmet, Patrick Corneillie, Paul Rigolle, Ina Stabergh, Magda Castelein, Luc Boudens, Katelijne van der Hallen, Guide De Bruyn, Patrick Lateur, Wannes Van de Velde, Jan Geerst, Toon Vanlaere, Dimitri Casteleyn, Bart Vonck en Kristin Van den Eede, de benjamin in de recentste editie van Komrijs ‘poëziebijbel‘.

Toch valt er in deze bloemlezing heel wat te ontdekken. Om u een idee te geven, vindt u op de vorige bladzijden fraai werk – van licht en absurd via vrouwelijk en visueel – van Ludo Poplemont, Ben Klein, Paul Bosteels, Anna Malibran en Ivo Vroom. En als u Bob Bern, Phil Cailliau, Hugues Catharin, Hans Devroe, Andries Dhoeve, Leon Van Essche, Guido Van Hercke, Dany Hilven, Jaco, Anne-Mie Van Kerckhoven, Serge Largot, Gie Luyten, Hilde Malfait, Hugo Neefs, Adriaan Peel, Roni Ranke, Ria Scarphout… voorheen al met poëzie associeerde, dan bent u waarlijk een kenner.

De samenstellers zijn er niet in geslaagd om een literair-historisch verantwoorde en representatieve bloemlezing te maken, dat geven ze op pagina 6 ootmoedig toe, maar is zoiets überhaupt wel haalbaar? Hoe dan ook is Hotel New Flandres een mooi, kloek boek met een harde kaft in een aantrekkelijke vuurrode wikkel, dat thuishoort in de boekenkast van iedereen die de poëzie in het algemeen en de Vlaamse poëzie in het bijzonder genegen is.

***

Uiteindelijk bevat deze vier pagina’s Knack 890 woorden eigen tekst van telraam Philip Hoorne. Deze bindtekst tussen de passages ontleend aan de introductie van HNF is vet tendentieus (zie boven). In dat licht klinkt het slot van het stuk totaal ongeloofwaardig. De strekking van deze recensie is overduidelijk. Door de vele verdraaiingen en insinuaties lijkt het vooral de bedoeling de man te spelen, zelfs als de waarheid daarvoor moet worden verdraaid en drie samenstellers daarvoor tot één samensteller moeten worden herleid. Au fond heeft Hoorne over de ontwikkeling van zestig jaar Vlaamse poëzie namelijk niets te melden.

Advertenties