Hotel New Blunderlexicon

Hoe dom kan een recensent zijn? Hoe onwetend? Hoe kortzichtig een besnord VSB-winnaar? De grootste stupiditeiten over HNF bijeengebracht in een lexicon dat gegarandeerd de geschiedenis ingaat. En wel als het Grote Démasqué der Blaaskaken. Als we tegen dit tempo doorgaan, weldra verkrijgbaar in print.

Ton Anbeek

Omdat er geen Nederlandse dichters in Hotel New Flandres zijn opgenomen (een boek dat sowieso 60 jaar Vlaamse poëzie wil documenteren), gaat er volgens een zekere Benno Barnard ‘een onprettig politiek programma’ achter schuil. Het is een ‘boek waarachter modderige etnische criteria schuilen’, schrijft hij in Knack. Kleine vergissing, Ben. Je hebt een hele horde academici tegen je: Anbeek, Brems, Buelens, Vanheste, Humbeeck… Ik zou maar eens een boek over de geschiedenis van de Vlaamse poëzie gaan lezen. Of volg eens een privé-college bij Ton Anbeek: “de literaire ontwikkelingen in Vlaanderen en Holland (sic) zijn in zo hoge mate onafhankelijk van elkaar, dat zij het beste afzonderlijk beschreven kunnen worden. Met andere woorden: het zijn twee verschillende verhalen. ” “Het Vlaamse verschil”. In: Dietsche Warande & Belfort, jrg. 141, nr. 2, april 1996, pp. 199-210

Discours

Een woord als ‘discours’ is volgens Benno Barnard een voorbeeld van gezwollen taalgebruik. Maar zeg nu eerlijk: dat moet door iemand die van ‘gezwollen taalgebruik’ zijn huisstijl heeft gemaakt toch perfect te verstaan zijn? Vooral ook nu hij toch al twintig jaar in België woont en waarschijnlijk toch een aardig mondje Frans spreekt, n’est-ce pas? De hele Barnard is een voorbeeld van gezwollen taalgebruik, wat maakt dat zijn discours niet al te vaak steekhoudend is. We zullen in ieder geval volharden in de boosheid en over ‘discours’ blijven spreken, al was het maar om Barnard te ergeren tot hij er het apenzuur van krijgt. Dus: discours. En nogmaals: discours. Meervoud: discoursen. In Vlaanderen meervoud veelal: discours. (eind-‘s’ uitspreken svp, ). Soms vertaald als: vertoog, maar dan enkel in kringen rond de Nijmeegse uitgeverij SUN.

Dom dom domderiedom (i)

Sterk staaltje van Nederlandse blinde vlek op de blog van Beurskens:

‘Het eigenlijke probleem, de eigenlijke vraag is echter: waarom hebben zo veel dichters zich zelf en hun ‘tekstlichaam’ beschikbaar gesteld voor een dergelijke ‘inschrijving’? Het ‘veld’ overziend, heeft het er alles van weg dat er nauwelijks iemand heeft geweigerd om zich te laten inschrijven in dit op zijn minst bedenkelijke hotel, waar men niet uit eigen beweging een kamer huurt (om er naar believen in en uit te kunnen) maar waar al een speciale, op jouw maat gemaakte kamer voor je blijkt te zijn gereserveerd zonder dat je erom had verzocht.’

Van grofweg tweehonderd van dichters uit HNF was nooit eerder werk opgenomen in een bloemlezing. Belangrijke dichters als Willy Roggeman, Jan de Roek, Mark Insingel, Claude van den Berge, Wilfried Adams, Michel Bartosik, Hendrik Carette of Aleidis Dierick haalden niet eens Vlaamse bloemlezingen. Laat staan dat ze door zogenaamde Groot-Nederlandse bloemlezingen zouden zijn opgevist. Voor erg veel dichters is HNF een pertinente blijk van erkenning. Voor velen was het zelfs een eerste blijk van officiële erkenning. Beurkens hilarische commentaar toont ons dan ook genadeloos waar het kalf gebonden ligt. In Nederland, jawel. Daar blijkt men, jaja, nounou, een toch wel redelijk gigantisch gebrek aan kennis van de Vlaamse poëzie en haar geschiedenis te hebben.

hotelcontainer1

Dom dom domderiedom (ii)

Tamelijk lachwekkend wordt bovenstaand citaat ook waar Beurskens opmerkt: ‘dat er nauwelijks iemand heeft geweigerd om zich te laten inschrijven in dit op zijn minst bedenkelijke hotel, waar men niet uit eigen beweging een kamer huurt (om er naar believen in en uit te kunnen), maar waar al een speciale, op jouw maat gemaakte kamer voor je blijkt te zijn gereserveerd zonder dat je erom had verzocht’.

Jaja. Over het aantal gedichten dat Komrij, Molengraaf & co uit iemands werk selecteren valt echt wel te onderhandelen. Die plek in De Spiegel van de Nederlandse poëzie, dat aantal gedichten dat daar is opgenomen, daar had je echt wel om verzocht. In de Zuidelijke Nederlanden gebruikt men voor dit soort door een redelijk gehalte aan stupiditeit gekenmerkte opmerkingen wel vaker het woord ‘voos’: Wat een voze praat. Hij is een voze raap.

Feitenkennis

Feitenkennis is aan de islamofobe Benno Barnard niet besteed. Dat geldt blijkbaar ook voor zijn feitenkennis van de Vlaamse poëzie, het bestaan van twee literaire systemen en zijn kennis van Even Zohars polysysteemtheorie überhaupt.

Koekje (van eigen Deel)

De poëzie van deze vijf dichters (Patrick Conrad, Gwij Mandelinck, Hedwig Speliers, Marcel van Maele en Jotie T’Hooft, nvdr) is in Nederland nauwelijks bekend, die van D’Haen en Jooris wel, hoe ook met mate. D’Haen en Jooris, zie ik, staan in Komrij’s bloemlezing Duizend en enige gedichten, de vijf anderen niet. Ze staan er niet niet in omdat Komrij ze niet zou kennen – dat is een onmogelijke veronderstelling – maar eenvoudig omdat hij het niet goed vindt wat ze maken. Komrij is natuurlijk geen vertegenwoordiger van dé Nederlandse literaire smaak, maar ik wil toch in dit geval veronderstellen dat zijn keuze er ongeveer mee overeenkomt.” (Tom van Deel, geciteerd in Brems, 1994)

Poëzie in Vlaanderen

Zoals uit het leeslijstje op de introductiepagina blijkt, was het tot voor kort redelijk eeuh… ‘normaal’ om over Vlaamse poëzie te spreken. ‘Poëzie in Vlaanderen‘ is zelfs een driedelig, door Hugo Brems en Dirk De Geest bezorgd literairhistorisch overzicht van de poëzie in, jawel, Vlaanderen. Geert Buelens durfde het recenter (2001) nog aan zijn dikke boekwerk Van Ostaijen tot heden. Zijn invloed op de (ho maar!) Vlaamse poëzie te noemen. Maar durf niet te zeggen dat achter het gebruik van het woord Vlaams een literair-politiek standpunt zit, omdat je met een historisch en in de breedte sterk gedifferentieerd overzicht van de Vlaamse poëzie het beeld dat van die poëzie in de hoofden van veel Nederlandse professionals (dichters, recensenten, academici en wat nog al beroepsmatig met literatuur bezig is) bestaat, wil bijsturen of je bent een (taperecorder start) etnocentrische, racistische, intolerante, bekrompen dorpse flamingant, fascist en separatist. Houzee.

Schöngeist (2)

“Met deze bloemlezing heeft (DvB) zichzelf, voor zover hij dat in zijn eigen levensjaren vermag te overzien, voorgoed ‘ingeschreven’ (een woord dat me altijd doet denken aan Kafka’s In der Strafkolonie) in het door hem autarkisch verklaarde ‘poëtische systeem’ (sic!) van Vlaanderen.” Huub Beurskens

‘Het Vlaamse verschil’

Zie: Ton Anbeek

Advertenties