Faits divers

3) Onderstaande ironie

‘Het is ongetwijfeld een prachtige bloemlezing,’ schrijft een anonieme lezer op de Contrablog, ‘maar wat is toch de functie van onderstaande ‘ironie’? Onder ‘leeslijstje’ lees ik: “Van wat sommige Nederlanders zich tot nog toe voorstelden bij de ‘Vlaamse poëzie’ breekt ons het koude zweet op de Germaans gesneden voorhoofden uit.”
Onder ‘Drie mannen, een missie’ vind ik een dubieuze foto, zonder enige verklaring.’

In essentie is onderstaande ironie natuurlijk de negatie van de retorische figuur der bovenstaande ironie, wat ertoe bijdraagt dat ze in haar dusdanige retorische verschijning de buitenkant van de binnenstaande ironie tot onuitstaanbare en voor velen in het blogtijdperk door gebrekkig genoten onderwijs onverstaanbare ironie maakt. De dubieuze foto is van een letterlijk onderstaand ironisch bijschrift voorzien, luidende ‘Tot u spreekt Cyriel Verschaeve’. Nou ja. Het bovenstaand ironisch gebruikte hakenkruis is een onverstaanbaar ironisch antwoord op de ronduit modderig buitenstaande binnenstaander en islamofoob Benno Barnard, van wie het geheel onironische doch hysterico-paranoïde waandenkbeeld afkomstig is dat HFN steunt op ‘modderige etnische criteria’.

2) Officiële reactie Knack

Onderstaande reactie is door de samenstellers van HNF verstuurd naar het weekblad Knack. Mogelijk een van de belangrijkste boeken van de voorbije jaren werd door de redactie in handen gegeven van twee stumperds, de ene op literairkritisch vlak, de andere wat zijn politieke inzichten betreft. Met die keuze heeft Knack zich de facto gediskwalificeerd als platform voor elk ernstig, genuanceerd literair debat.

Aan de redactie:

Hotel New Flandres is een boek waarin 266 Vlaamse dichters een plek kregen. Van grofweg 200 onder hen is nooit eerder werk in een grote bloemlezing opgenomen, zeker niet in zogenaamde Groot-Nederlandse bloemlezingen. Voor deze vaak gepasseerde Vlaamse dichters is Hotel New Flandres een blijk van officiële erkenning. Bovendien is HNF de eerste bloemlezing die in de breedte selecteert en dichters met de meest uiteenlopende literatuuropvattingen aan bod laat komen. Tegelijkertijd is het boek een poging om het Vlaamse poëtische systeem te (re)construeren.

In een lange, genuanceerde inleiding verantwoorden we onze keuze. Anders dan gebruikelijk bij bloemlezers steunt deze keuze niet op louter subjectieve voorkeuren, maar op een poging om de historische ontwikkelingen van de naoorlogse poëzie te reconstrueren. Als Hotel New Flandres tot discussie uitnodigt, dan vooral op dat vlak.

Door in het geval van Hotel New Flandres te kiezen voor rancuneus scheldproza heeft Knack zich de facto gediskwalificeerd als platform voor elk ernstig, genuanceerd literair debat over dit boek.

Het literaire debat over belang en reikwijdte van HNF zal doorgaan. Weliswaar niet in de kolommen van Knack, maar geen nood. Tegenwoordig zijn er, buiten de traditionele media, tientallen platformen waar je wel een genuanceerd en interessant debat kunt voeren. Debatavonden in Passa Porta, de Buren en de Brakke Grond bijvoorbeeld. Literaire tijdschriften, bijvoorbeeld. Het internet, bijvoorbeeld. Door clowns als Hoorne en Barnard een podium te geven zaagt Knack, dat nog altijd tot de traditionele media behoort, zo zoetjesaan de tak af waarop het zelf zit.

Erwin Jans, Patrick Peeters en Dirk van Bastelaere, samenstellers Hotel New Flandres

1) Vijf gedichten van Leopold M. Van den Brande in HNF

Ojee! Het webtuig van de Contrabas heeft Leopold M. ‘Pol’ Van den Brande ontdekt. De man was in 1982 al compagnon de route van Erik Spinoy en Dirk van Bastelaere, die in het eerste nummer van hun tijdschrift R.i.P. gedichten van hem opnamen. In het derde nummer schreef Van Bastelaere een essay over de poëzie van Van den Brande en Nolens. In Al wie omziet situeerde Hugo Brems Van den Brande in de traditie van Rimbaud en het surrrealisme. Daar leek de visionaire dimensie van zijn poëzie beter bij aan te sluiten dan bij de mallarméaans geïnspireerde poëzie van de Impuls-dichters Wilfried Adams en Michel Bartosik. Geert Buelens omschrijft Van den Brande niet onterecht als ‘de erfvijand van de nieuw-realistische poëzie’.

Op de Contrabas poste Luc Verbeke: ‘Ik had het genoegen het stuk van onze kleinzoon Dirk Verbeke, zelf dichter, meermaals bekroond, te mogen lezen en meteen de prachtige gedichten van de vroeger voor mij onbekende dichter Leopold Van den Brande. Ook de gedichten die jij citeert vind ik schitterend. Ik heb die tevergeefs in bloemlezingen gezocht…Hoe is dat mogelijk? Veel dank omdat je meewerkt aan zijn heropstanding!’ Waarop Alain Delmotte antwoordde: ‘Men zal Van Den Brande inderdaad niet vinden in bloemlezingen. Na 1986 werd hem blijkbaar het bestaansrecht als dichter niet meer gegund. Ik meen mij een bloeddorstige recensie van Bernard Dewulf in Ons Erfdeel over ‘De kooi van Faraday’ te herinneren.’

Beste Luc Verbeke: gewoon Hotel New Flandres lezen. Daar vindt u gewoon vijf ijzersterke gedichten van Leopold M. terug. Wat meer is: HNF bevat ook zeven gedichten van Remy C. Van de Kerckhove, een van Leopold M’s grote helden. Ook Van de Kerckhove is door HNF geherwaardeerd. Anders dan men doorgaans beweert, reikt zijn invloed verder dan de experimentele poëzie. Wie de opbouw van zijn lange, ‘onzuivere’ gedichten aandachtig bestudeert, zal vele overeenkomsten zien met de hedendaagse poëzie.

Advertenties