8. Politiek

Onze keuze voor een beperking tot uitsluitend Vlaamse poëzie steunt nadrukkelijk op een literair-politieke visie: Nederlandse critici, die de voorbije jaren vaak een platform in de belangrijkste dag- en weekbladen in Vlaanderen hebben gekregen, blijken namelijk onvoldoende kennis te hebben van de doorgaans complexe Vlaamse literaire traditie. Onder meer dit gebrek aan inzicht leidt in grensoverschrijdende bloemlezingen vaak tot een minorisering van de Vlaamse poëzie.

Wat grensoverschrijdende bloemlezingen wéel duidelijk maken is dat er eigenlijk geen supranationale canon bestaat, tenzij als promotie-instrument voor de ‘Nederlandstalige’ literatuur in het buitenland. Deze bloemlezing toont de volstrekte (en volstrekt heterogene) eigenheid van het poëtische systeem in Vlaanderen. Ze brengt een complexe dynamiek aan het licht tussen soms zeer uiteenlopende poëtica’s. Wie in Hotel New Flandres grasduint, krijgt algauw de indruk dat men die Vlaamse poëzie pas goed kan begrijpen, wanneer men ze in haar eigen (historische) context plaatst. Dat wil zeggen: als voortgebracht door haar eigen dynamiek. Daarmee willen we ertoe bijdragen dat de Vlaamse poëzie in haar ontwikkeling beter wordt begrepen dan via de dunne spoeling die in grensoverschrijdende bloemlezingen te vinden is.
Voor het Vlaamse poëtische systeem is Nederland een buitenland, net zoals Frankrijk, Amerika of India dat zijn. Wie in Vlaanderen debuteert zal zich dus in de eerste plaats op het Vlaamse systeem richten en niet op het Nederlandse of Groot-Nederlandse systeem. Vlaamse dichters kunnen nu eenmaal niet om grootheden als Claus, Pernath, Nolens of De Coninck heen. Wie in Vlaanderen debuteert moet tegenover hen positie kiezen. Wil je als dichter in Vlaanderen iets betekenen, dan moet je een standpunt innemen tegenover het in Vlaanderen dominante discours. Je als Vlaams dichter afzetten tegen de poëtica van Komrij, Kopland of Duinker heeft even weinig zin als je positioneren tegen Enzensberger of de Language-poets.
Natuurlijk is het buitenland belangrijk voor innovatie van het systeem: Mysjkin importeert Franse dichters, Nolens integreert de Franse filosofen en Van Bastelaere speelt leentje-buur bij Ashbery. Opvallend is wel dat Vlaamse dichters maar zelden naar het Nederlandse buitenland wordt gekeken voor innovatieve elementen. Het Vlaamse poëtische systeem heeft zich waarschijnlijk zelfs sterker vernieuwd door een dialoog met andere buitenlanden dan met Nederland.

Meer dan welk ander boek ook is Hotel New Flandres geschikt voor ‘buitenlanders’ (geografisch, staatkundig of gewoon op het vlak van de poëzie) die een glimp willen opvangen van het ‘reële’, het gat in de vette, lillende klei waarrond onze Vlaamse cultuur is georganiseerd. Dat gat heeft intussen diverse vormen aangenomen: van de Boomse Steenweg en het Vlaamse Parlement over Goedele Liekens, Siegfried Bracke, Pater Damiaan en Eddy Lipstick tot de fermette en de baksteen. In zekere zin beantwoorden we daarmee de oproep die Kris Humbeeck in 2004 in De Standaard lanceerde: ‘Schrijf Vlaamse literatuur, geen Zuid-Nederlandse. We dienen (…) in alle openheid, wars van de flauwe taboes en onnozele mystificaties die helaas ook deel uitmaken van onze culturele “eigenheid”, de confrontatie aan te gaan met wat we zijn, of denken te zijn.’ De bewoners van Hotel New Flandres zijn evenzovele incarnaties van het Vlaamse lichaam. Ze zijn enkele van de duizenden verschijningsvormen, kwetsuren en afwijkingen die het vertoont. Ferdinand Vercnocke, Aleidis Dierick, Stefan Hertmans, Serge Largot, Daniël Van Ryssel, Ben Klein, Willie Verhegghe, Marleen De Cree, Hugo Matthyssen, Willy Roggeman, Tom Lanoye, Anton van Wilderode, Astère Michel Dhondt, Jess De Gruyter en Patricia Lasoen treffen elkaar in een Ensoriaanse parade, een groot carnaval waar het vette en het vrome, het verhevene en het provinciale, het burgerlijke en het cosmopolitische tegen elkaar aan klotsen. Het Dronken Schip van Rimbaud wordt bevolkt door de meest bizarre opvarenden: jeanetten, nonnen, kleinburgers, pedofielen, coureurs, dandy’s, academici en huisvrouwen. Elk van deze dichters heeft zich in het Vlaamse systeem ingeschreven om het te besmetten met particularismen. Om het te bevestigen en van zichzelf te vervreemden. Om het bloot te leggen in zijn van zichzelf permanent verschillende gelijkenissen. Tot zo’n complexe opdracht is vrijwel alleen de kunst in staat.
In zekere zin is dit dan ook ondubbelzinnig een politiek boek. Politiek, zegt Kris Humbeeck, heeft betrekking ‘op het leven van en in de gemeenschap, en op de praktische organisatie van dat publieke leven, op de wetten, conventies en rituelen, alsook de verborgen wensen, angsten en verlangens die dit alles sturen.’ In de gangen van Hotel New Flandres worden deze rituelen voltrokken. In de liftkokers gaat het verlangen van mond tot oor. In de lobby spreekt het ene mombakkes tot het andere.

Envoi

Op deze manier probeert Hotel New Flandres de metafoor van het hotel ten volle uit te buiten (zelfs als het soms een boot blijkt te zijn, een hotelboot of een cruiseschip). Een hotel is een transitzone met veel verschillende kamers. Voor vele dichters is het verblijf in dit hotel van tijdelijke aard en zal er naarmate de tijd vordert een andere kamer geboekt moeten worden. Dat hangt allemaal af van de sterren die in steeds wisselende constellaties aan de hemel flonkeren.

Erwin Jans, Patrick Peeters en Dirk van Bastelaere

Advertenties